Medewerkers Belastingtelefoon adviseren niet

Er bestaat geen duidelijkheid over de inlichting dan wel de toezegging die is gedaan in een telefoongesprek dat de penningmeester van een vereniging met de Belastingtelefoon voerde. Daarom kan geen beroep worden gedaan op het vertrouwensbeginsel.

In 2005 wordt door een vereniging die ten doel heeft het doen beoefenen en het bevorderen van de schilderkunst een formulier opgaaf startende onderneming ontvangen en teruggestuurd. Omdat de penningmeester zich afvraagt of de vereniging wel ondernemer voor de btw is, neemt hij na ontvangst van het aangiftebiljet omzetbelasting 2005 contact op met de Belastingtelefoon. Uit het gesprek leidt de penningmeester af dat de vereniging niet belastingplichtig is voor de omzetbelasting en hij volstaat met het invullen van nihil op het biljet. In januari 2007 wordt weer contact gezocht met de Belastingtelefoon. Naar aanleiding van dat gesprek wordt de btw over verkochte koffie afgedragen, over de contributie wordt geen btw afgedragen. Na een gesprek met de Belastingdienst over de mogelijkheden om te opteren voor belaste verhuur worden, op verzoek van de Belastingdienst, de statuten overlegd. Korte tijd later volgt een naheffingsaanslag btw.

De vereniging vindt dat zij verkeerd is voorgelicht door de Belastingtelefoon en doet een beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank honoreert dit. De inspecteur gaat vervolgens in beroep.

Naar de mening van het hof kan door de vereniging geen beroep op het vertrouwensbeginsel worden gedaan omdat er geen duidelijkheid bestaat over de inlichting dan wel de toezegging waaraan dat vertrouwen is ontleend. Medewerkers van de Belastingtelefoon hebben de instructie gekregen dat zij alleen standaardvragen mogen afhandelen. Het is ten strengste verboden om adviezen te geven of standpunten in te nemen. De medewerkers worden ongeveer tien keer per maand gecontroleerd en daarnaast wordt er op continue basis onderzoek gedaan door TNS NIPO. Het geven van andere dan de voorgeschreven antwoorden kan leiden tot ontslag. Ten aanzien van ondernemerschap voor de btw wordt in de instructie expliciet aangegeven dat medewerkers geen oordeel mogen geven over dat ondernemerschap. De beoordeling of sprake is van ondernemerschap moet altijd worden overgelaten aan de specialist van het lokale belastingkantoor.


Hof Arnhem 02-02-2010, nr. 08/00596