Verlenging van de HIR

Problemen bij levering van een verkocht pand kunnen, volgens rechtbank Breda, een bijzondere omstandigheid opleveren. Die bijzondere omstandigheid rechtvaardigt de verlenging van de herinvesteringtermijn.

Een bv heeft eind december 1998 zijn pand verkocht. Voor de bij verkoop gerealiseerde winst vormt de bv in 1999 een vervangingsreserve, die per 1 januari 2001 wordt omgezet in een herinvesteringsreserve. De termijn voor het benutten van de herinvesteringsreserve loopt af op 31 december 2003. Op verzoek van de bv is de termijn voor het benutten van de reserve door de inspecteur verlengd tot 31 december 2004. Als de herinvesteringsreserve op 31 december 2004 nog niet is aangewend, rekent de inspecteur de reserve tot het resultaat over 2004. De bv is het hier niet mee eens.

Volgens de bv is in 2004 een koopovereenkomst tot stand gekomen voor de aankoop van een vervangend pand. Daarmee is volgens de bv een begin gemaakt met de uitvoering van de herinvestering. De inspecteur bestrijdt dit niet. Volgens rechtbank Breda moet vervolgens worden bekeken of er een bijzondere omstandigheid is waardoor de herinvestering is vertraagd. De bv vindt dat de problemen met de levering van het verkochte pand zo'n bijzondere omstandigheid vormen. De rechtbank is het daarmee eens. De problematiek rond de levering in zijn geheel kan worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid die rechtvaardigt dat de bv niet aan de herinvesteringtermijn hoeft te worden gehouden. De koper van het pand beriep zich op een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst. De naar aanleiding daarvan gesloten vaststellingsovereenkomst bevatte een aantal voorwaarden die moesten worden vervuld voordat tot levering van het verkochte pand kon worden overgegaan. Het beroep op de onbindende voorwaarde en de uitgestelde levering maken deel uit van een complex van gebeurtenissen die kwalificeren als bijzondere omstandigheid. De bv had weliswaar voortvarender te werk kunnen gaan, maar was mede afhankelijk van de medewerking en werkzaamheden van andere partijen. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de herinvesteringsreserve in 2004 op te heffen.


Rb. Breda 10-03-2010, nr. 09/3433