Sluit lijfrente binnen redelijke termijn af

Als een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule tot uitkering komt, moet hiervoor binnen een redelijke termijn een lijfrente zijn afgesloten. Gebeurt dit niet, dan worden de in aftrek gebrachte premies tot de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen gerekend en is revisierente verschuldigd.

In 1999 sluit een belastingplichtige een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af. De verzekering is per 1 juli 2003 aangepast aan de Wet IB 2001. Het lijfrentekapitaal komt op 1 juli 2004 tot uitkering. De belastingplichtige moet voor de uitkering vervolgens een lijfrente aankopen. In maart 2006 laat de verzekeringsmaatschappij aan de belastingplichtige weten dat het kapitaal beschikbaar is en dat de man moet kiezen voor een lijfrentevorm. Eind oktober 2006 laat belastingplichtige per brief aan de verzekeringsmaatschappij weten dat hij een voorkeur heeft voor een uitkering ineens. De verzekeringsmaatschappij laat de man vervolgens weten dat zij een deel van de expiratiewaarde reserveren omdat zij aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het niet afdragen van verschuldigde loonheffing. Pas nadat door de belastingplichtige een vrijwaringverklaring van het Hoofd van zijn Belastingdienst is overlegd, kan tot uitkering worden overgegaan. De reservering is gelijk aan het bedrag van de uitkering, er wordt dan ook niets uitgekeerd. Vervolgens ontvangt de belastingplichtige een navorderingsaanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2004 met revisierente en heffingsrente. Nadat het bezwaar van belastingplichtige is afgewezen, stapt hij naar het hof. De rechters van Hof Amsterdam zijn van mening dat sprake is van een redelijke termijn als binnen zes maanden, nadat een lijfrentekapitaal tot uitkering is gekomen, de aankoop van lijfrentetermijnen is geregeld of dat in ieder geval is begonnen met het regelen daarvan. De termijn die door belastingplichtige is gehanteerd, is geen redelijke termijn. De inspecteur is voor wat betreft de fiscale gevolgen gebonden aan de wettelijke bepalingen. Op grond van die bepalingen moeten, bij afkoop van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule waarvoor in het verleden al premies in aftrek zijn gebracht, deze in aftrek gebrachte premies tot de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden gerekend. Daarbij maakt het niet uit dat de in aftrek gebrachte premies erg hoog zijn in relatie tot het uit te keren bedrag. De navorderingsaanslag met revisierente is terecht opgelegd.


Hof Amsterdam 11-03-2010, nr. 08/00497