De in de notulen genoemde winstontwikkeling van de bv die, volgens diezelfde notulen, voor een zeer belangrijk deel te danken is aan de creativiteit en het ondernemerschap van de dga en aanleiding zijn voor een substantiële salarisaanpassing voor de dga met ingang van 2002, rechtvaardigen voor de inspecteur een nieuwe feit voor navordering en naheffing over 2001.
Een houdstermaatschappij, die een fiscale eenheid vormt met twee dochtermaatschappijen, ontvangt een naheffingsaanslag loonbelasting 2001 in verband met een te laag aangegeven gebruikelijk loon voor de dga. Op basis van aan hem toegestuurde notulen, ter afwikkeling van de aangifte vennootschapsbelasting 2002, concludeert de inspecteur dat het gebruikelijk loon van de dga over 2001 moet worden vastgesteld op € 120.000 in plaats van op het door de houdstermaatschappij aangegeven bedrag van € 45.638. De definitieve aanslag inkomstenbelasting 2001 is op 2 oktober 2003 opgelegd rekeninghoudend met een loon van € 45.638. De houdstermaatschappij gaat tegen deze naheffingsaanslag in bezwaar en vervolgens in beroep.
Allereerst geeft Hof Amsterdam aan dat de inspecteur geen nieuw feit nodig heeft om een naheffingsaanslag loonbelasting op te leggen zolang een aan inhouding van loonbelasting onderworpen inkomensbestanddeel niet in de heffing van de inkomstenbelasting is betrokken. In dit geval is de definitieve aanslag IB 2001 al in 2003 vastgesteld. De notulen waaruit blijkt dat het aangegeven loon te laag is, zijn echter pas in juli 2005 aan de inspecteur overlegd. Er is niet gebleken dat de inspecteur al op een eerder moment kennis had kunnen nemen van de notulen. De inspecteur mag er in beginsel op vertrouwen dat een en ander in de aangifte op een juiste wijze is verantwoord, met name als de aangifte er verzorgd uitziet en de aangifte is opgesteld door een beroepsmatig optredende gemachtigde. De inspecteur hoefde op basis van de genoemde feiten en omstandigheden niet te vermoeden dat een nader onderzoek nodig was, waardoor dit hem als een ambtelijk verzuim kan worden aangerekend. De in de notulen genoemde winstontwikkeling van de bv die, volgens de notulen, voor een zeer belangrijk deel te danken is aan de creativiteit en het ondernemerschap van de dga en aanleiding zijn voor een substantiële salarisaanpassing voor de dga met ingang van 2002, rechtvaardigen voor de inspecteur daarmee het nieuwe feit voor navordering en naheffing. Het hof acht het aannemelijk dat het gebruikelijk loon in 2001 dient te worden vastgesteld op € 120.000. Met name ook omdat in de notulen gewag wordt gemaakt van de sinds 1999 jaarlijks toenemende winst.