Voor de beoordeling of sprake is van een uitdeling dan wel van inkomsten uit dienstbetrekking is bepalend in welke hoedanigheid het voordeel wordt ontvangen.
Een directeur-grootaandeelhouder is enig werknemer van zijn bv. In de jaren 1998 tot en met 2001 wordt door de bv een salaris tussen de f 7.000 en f 17.000 aan de dga betaald. In september 1998 koopt de bv de helft van een dubbel woonhuis met kantoorfunctie aan. Na aankoop vindt een verbouwing plaats en wordt de kantoorruimte uitgebreid. De bedoeling was het woongedeelte als gastenverblijf voor een in Australië gevestigde opdrachtgever te gebruiken. Dit is echter niet gebeurd en vast staat dat de dga in ieder geval incidenteel van de woning gebruik heeft gemaakt.
Naar aanleiding van een boekenonderzoek door de Belastingdienst ontstaat discussie over de toepassing van de gebruikelijkloonregeling en het genot van de woning. Met betrekking tot laatstgenoemd punt is de inspecteur van mening dat de dga een voordeel geniet uit hoofde van zijn aandeelhouderschap en heeft hiervoor een winstcorrectie opgelegd.
Het hof vindt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de dga de woning meer dan incidenteel en ook voor privédoeleinden heeft bewoond en daarmee een voordeel heeft genoten. Echter, in tegenstelling tot de inspecteur is het hof van oordeel dat dit voordeel is genoten in de hoedanigheid van werknemer van de vennootschap. Omdat in de jaren 1998-2001 het gebruikelijk loon van de dga veel te laag was vastgesteld en omdat de dga volgens het hof niet aannemelijk kon maken dat het gebruikelijk loon lager moest zijn dan het wettelijk normbedrag, is het met het woongenot samenhangende voordeel lager dan de correctie die in verband met het gebruikelijk loon is opgelegd. Wel komt de opgelegde winstcorrectie te vervallen.
naar boven