Gielen-arrest in besluit uitgewerkt

Minister De Jager heeft in de beantwoording van Kamervragen in april 2010 al laten weten dat hij een beleidsbesluit zou publiceren waarin wordt aangegeven op welke wijze de Belastingdienst uitvoering zal geven aan het arrest Gielen van het Europese Hof.

Volgens dat arrest moeten buitenlandse belastingplichtigen voor de toepassing van de ondernemersfaciliteiten waarvoor het urencriterium geldt op dezelfde wijze worden behandeld als binnenlandse belastingplichtigen. Uit het onlangs gepubliceerde besluit blijkt dat, omdat onder andere de zelfstandigenaftrek en de meewerkaftrek afhankelijk zijn van de hoogte van de winst uit onderneming, de winst uit een buiten Nederland gevestigde onderneming ook in aanmerking moet worden genomen ter bepaling van de hoogte van deze aftrekken van een buitenlands belastingplichtige. Op basis van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting 2001 (BVDB 2001) komt de ondernemersaftrek bij een buitenlandse belastingplichtige eerst in mindering op de Nederlandse winst en als dit niet voldoende is, op de buitenlandse winst. Als uitsluitend sprake is van buitenlandse winst wordt de ondernemersaftrek volledig toegerekend aan de buitenlandse winst. Dit kan niet leiden tot een (toekomstige) verlaging van de Nederlandse belastinggrondslag. De minister overweegt om de toerekening van de ondernemersaftrek aan de winst in het BVDB 2001 aan te passen en voor binnenlandse belastingplichtigen op te nemen als een pro rata-toerekening. Deze toerekening zal dan op dezelfde wijze worden toegepast bij buitenlandse belastingplichtigen.

Om te kunnen toevoegen aan de oudedagsreserve geldt eveneens het urencriterium. De buitenlandse belastingplichtige kan de uren die zijn besteed aan zijn buiten Nederland gevestigde onderneming meetellen. Voor de toevoeging wordt voor buitenlandse belastingplichtige alleen gekeken naar de Nederlandse winst voor het aan de oudedagsreserve toe te voegen bedrag en zijn dus geen specifieke regels nodig.

Dit besluit werkt terug tot 18 maart 2010, de datum waarop het Europese Hof uitspraak heeft gedaan.


MvF 10-06-2010, nr. DGB2010/2574M
20-04-2010, nr. AFP 2010/206
EG HvJ 18-03-2010, nr. C-440/08