De regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijving is verruimd naar aanleiding van signalen uit de praktijk. De voorwaarde dat alleen in een investeringsjaar en het onmiddellijk daaropvolgende jaar willekeurig kan worden afgeschreven en de voorwaarde dat in het onmiddellijk op het investeringsjaar volgende jaar ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven, zijn beide komen te vervallen.
In december 2008 is, in verband met de crisis, de regeling willekeurige afschrijving tijdelijk nieuw leven in geblazen. Willekeurige afschrijving werd mogelijk zodra in het kalenderjaar 2009 een investeringsverplichting werd aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het bedrijfsmiddel moet dan wel vóór 1 januari 2012 door de belastingplichtige in gebruik zijn genomen. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kon echter niet hoger zijn dan het bedrag dat ter zake van de investeringsverplichting in dat jaar (in casu 2009) is betaald dan wel het bedrag van de in dat jaar gemaakte voortbrengingskosten (het betalingscriterium). De regeling geldt ook voor 2010 met een datum van ingebruikname die voor 1 januari 2013 moet liggen.
De samenloop van de maximale afschrijving van 50% met het betalingscriterium bleek in de praktijk tot een niet beoogde beperking van de mogelijkheid tot willekeurige afschrijving te kunnen leiden.
Door het vervallen van die voorwaarden kan op investeringen die in 2009 of 2010 zijn verricht, in het investeringsjaar meer dan 50% willekeurig worden afgeschreven en het restant in een of meer van de volgende jaren worden afgeschreven. De data van ingebruikname wijzigen niet.
naar boven