Vaststellingsovereenkomst niet opleggen

Ook bij een laatste bod in de onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst moet de Belastingdienst de tegenpartij de ruimte geven om te reageren en om uitleg te vragen. Doet de Belastingdienst dit niet dan handelt hij in strijd met het redelijkheidvereiste.

Een beheermaatschappij was al geruime tijd met de Belastingdienst in onderhandeling over een te sluiten vaststellingsovereenkomst met betrekking tot herinvesteringsreserves die in de jaren 1999 tot en met 2001 waren gevormd door een aantal van de door de beheermaatschappij beheerde bv's. In 2008 waren deze onderhandelingen inmiddels twee jaar aan de gang. Omdat de tegenpartij zich tijdens de onderhandelingen niet aan de gestelde voorwaarden had gehouden, beëindigde de Belastingdienst de onderhandelingen eenzijdig. Volgens de Belastingdienst duurden de onderhandelingen door toedoen van de tegenpartij - die bij herhaling om uitstel verzocht - te lang. Nadat de gemachtigde van de beheermaatschappij zich over deze stap had beklaagd, legde de Belastingdienst alsnog een aangepaste vaststellingsovereenkomst voor die men kon accepteren of niet. Ruimte voor vragen of overleg was er niet meer.

De beheermaatschappij beklaagt zich over deze handelwijze bij de Nationale ombudsman. Zij wees er op dat de door de Belastingdienst aangebrachte wijzigingen in de tekst onduidelijkheden bevatte en dat daarin een onjuistheid voorkwam.

Volgens de Nationale ombudsman was het wel begrijpelijk dat de Belastingdienst de duur van de onderhandelingen wilde beperken. Maar door de tegenpartij voor de keuze te stellen om wel of niet te accep-teren, ging de Belastingdienst er te gemakkelijk vanuit dat na acceptatie ook wilsovereenstemming zou bestaan en dus een geldige overeenkomst zou zijn gesloten. De Belastingdienst had de beheermaatschappij een laatste gelegenheid moeten bieden, eventueel met nadrukkelijke uitsluiting van de mogelijkheid tot nadere onderhandelingen, om op de tekst te reageren of om uitleg te vragen. Hieraan had de Belastingdienst ook een fatale termijn kunnen verbinden. Kortom, de Belastingdienst handelde in strijd met het redelijkheidvereiste.


Nationale ombudsman 20-02-2009, nr. 2009/034