Vierde tranche is in werking getreden

De vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht is op 23 juni 2009 aangenomen in de Eerste Kamer. De wet is vervolgens op 1 juli 2009 in werking getreden. Vanaf dat moment kan de adviseur als medepleger worden aangemerkt en kan aan de adviseur een boete worden opgelegd.

Door de invoering van de vierde tranche wordt een deel van de bepalingen inzake boetes overgeheveld van de AWR naar de Awb. Daarnaast wordt in de Awb opgenomen dat onder de overtreder wordt verstaan degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Daardoor kan de adviseur tegen een boete aanlopen.

Ook wordt artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing verklaard. Hierdoor kan de inspecteur de adviseur als medepleger bestraffen. Van medeplegen is sprake indien twee of meer personen gezamenlijk een overtreding plegen (een onjuiste belastingaangifte doen). Daarvoor is niet vereist dat de medeplegers ieder afzonderlijk alle bestanddelen van de overtreden bepaling vervullen. Wel moet van een bewuste samenwerking en een gezamenlijke uitvoering sprake zijn. Bewuste samenwerking houdt in dat de medeplegers willens en wetens, dus met opzet, samenwerken. Deze samenwerking kan ook bestaan uit het nalaten in te grijpen. Voor gezamenlijke uitvoering is niet nodig dat de medeplegers allen daadwerkelijk de overtreding uitvoeren (dus bijvoorbeeld de aangifte invullen, ondertekenen en indienen). Wanneer de samenwerking nauw en volledig is geweest, kunnen ook ondersteunende handelingen bij de uitvoering medeplegen opleveren.

Overigens moet er een pleger zijn, wil de adviseur als medepleger kunnen worden aangemerkt.

Bron: Staatsblad 30-06-2009, nr. 266; Eerste Kamer 23-06-2009, nrs. 31.124 en 29.702