Geen criteria voor lening in familiesfeer

Volgens staatsecretaris De Jager is het niet mogelijk om concrete criteria te geven waaraan een geldlening binnen de familiesfeer moet voldoen om als zakelijk te worden aangemerkt. De staatssecretaris reageert hiermee op een brief van Nexia Nederland aan de Tweede Kamer inzake fiscale knelpunten bij het verstrekken van leningen in het MKB.

In haar brief merkt Nexia op dat MKB-bedrijven, waaronder ook zeer gezonde bedrijven, grote moeite hebben om kredietfaciliteiten bij banken te krijgen. Naast het verstrekken van zekerheden stellen banken strenge eisen aan het aflossingsschema. Het verstrekken van leningen aan MKB-bedrijven vanuit de familiesfeer blijkt een betere oplossing. De Belastingdienst voert echter een stringent beleid ten aanzien van de kredietvoorziening aan het MKB binnen de familiesfeer.

Volgens de staatssecretaris zijn de omstandigheden waaronder een geldlening wordt verstrekt en de daarbij geldende voorwaarden zowel bij banken als binnen de familiesfeer zeer divers. Er zijn bijvoorbeeld verschillen in gestelde zekerheden, het gehanteerde rentepercentage, de looptijd van de geldlening, een aflossingsschema.

In de praktijk zal de Belastingdienst bij een geclaimde afwaardering van een vordering de overeenkomst van geldlening willen beoordelen. Daarbij wordt bekeken in hoeverre de voorwaarden in de familiesfeer afwijken van de voorwaarden bij een bank. De feiten en omstandigheden van het geval zijn daarbij van doorslaggevende betekenis. Volgens de staatssecretaris is een overeenkomst van geldlening binnen de familiesfeer niet per definitie onzakelijk als de voorwaarden niet (exact) overeenstemmen met voorwaarden die banken stellen. Zo kan een gebrek aan zekerheden worden gecompenseerd door een hogere rente. Waar de grens exact ligt is echter moeilijk aan te geven. De inspecteurs dienen bij de beoordeling de redelijkheid en billijkheid niet uit het oog te verliezen. De criteria zijn zo sterk afhankelijk van de omstandigheden dat de staatssecretaris het niet ziet zitten om hierover een beleidsbesluit te nemen.

In ieder geval is het altijd mogelijk om vooraf met de inspecteur in overleg te treden om in een vroeg stadium de vraag naar de zakelijkheid van de voorwaarden van een te verstrekken geldlening aan de orde te stellen.


MvF 22-02-2010, nr. DGB/2010/86U