Lijfrenteaftrek mogelijk bij dooroverdracht

Het is mogelijk om aftrek van lijfrentepremie te krijgen als twee maten ieder hun eigen maatschapaandeel met geruis inbrengen in een holding-bv en het maatschapaandeel vervolgens doorschuiven naar een werkmaatschappij.

Twee ondernemers drijven tot 1 januari 2003 een onderneming in de vorm van een maatschap. Ieder is voor 50% gerechtigd tot die maatschap. Op 27 mei 2003 brengen zij hun maatschapaandelen met geruis in in hun persoonlijke holding. Voor het bedrag aan stakingswinst bedingen zij een lijfrente bij hun persoonlijke holding. De persoonlijke holdingen brengen de aandelen in de maatschap tegen uitreiking van aandelen op 27 mei 2003 (ieder tegen 59%) in in de nieuw opgerichte werkmaatschappij. De inspecteur en de rechtbank vinden dat de ondernemers ten onrechte aftrek van lijfrentepremie claimen. Aftrek is niet toegestaan bij een zogenoemde dooroverdracht als de overdracht van de onderneming onmiddellijk wordt gevolgd door een van tevoren overeengekomen overdracht aan een derde. De werkmaatschappij is in dit geval die derde.

De Hoge Raad is in deze en een andere vergelijkbare zaak een andere mening toegedaan. In een eerder arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat aftrek van lijfrentepremies is uitgesloten als premies worden betaald bij de overdracht van een onderneming gevolgd door een tevoren overeengekomen overdracht aan een derde. In dat geval kan niet worden gezegd dat de onderneming aan wie de premies worden betaald, de onderneming heeft overgenomen. De in het arrest genoemde zaak wijkt echter af van de hier behandelde zaak. Als de gerechtigdheid tot de helft van een ondernemingsvermogen wordt ingebracht in een dochtervennootschap die het hele ondernemingsvermogen krijgt en de inbrengende vennootschap door verwerving van de aandelen in die dochtermaatschappij een belang van 50% behoudt in het vermogen van de onderneming van die dochtervennootschap, kunnen de lijfrentepremies in aftrek worden gebracht. Het belang blijft dan bij de overdragende ondernemers.


HR 07-05-2010, nrs. 08/01890 & 08/01884
08/04235