Btw-correctie privégebruik auto

Het al dan niet van toepassing zijn van het BUA blijft de gemoederen bezighouden. Niet in de laatste plaats vanwege het grote financiële belang voor de praktijk. Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan in de volgende zaak.

Een dga krijgt de volgende auto's ter beschikking gesteld door zijn werkgever:

·    auto 1 (cataloguswaarde € 95.712) van september 1997 tot juni 2001;

·    auto 2 (cataloguswaarde € 113.218) van juni 1997 tot december 2003; en

·    auto 3 (cataloguswaarde € 90.918) van november 1999 tot augustus 2005.

Zijn bedrijf, een bv, behoort voor alle drie de auto's jaarlijks een btw-correctie privégebruik auto te maken, maar doet dit alleen voor auto 3. De Belastingdienst komt hier tijdens een boekenonderzoek achter en verblijdt de bv met een naheffingsaanslag plus een vergrijpboete. De bv is het er uiteindelijk wel mee eens dat een correctie wordt toegepast, maar niet met de berekening van deze correctie plus boete en stapt naar de rechter. Kort gezegd is de bv van mening dat men voor de btw-correctie jaarlijks mag kiezen tussen de toepassing van de Uitvoeringsbeschikking en het BUA. Uiteraard kiest de bv dan jaarlijks de goedkoopste correctie. In latere instantie komt de bv bovendien met een voor de praktijk veel ingrijpender standpunt, namelijk dat er eigenlijk helemaal geen correctie hoeft te worden toegepast omdat het BUA ongeldig is door strijd met de Europese richtlijnen.

De rechter komt echter tot de conclusie dat de Nederlandse Staat terecht het bezigen van goederen en diensten voor het aan het personeel geven van gelegenheid tot privévervoer niet als belastbare diensten aanmerkt. Ofwel, volgens deze rechter is het BUA niet in strijd met de Europese regelgeving en de btw-correctie kan niet op die grond van tafel worden geveegd.

Ook mag de bv volgens de rechter niet jaarlijks kiezen tussen de toepassing van de Uitvoeringsbeschikking en het BUA. In het geval van een werknemer (zoals een dga) heeft men geen keuze en moet de BUA-correctie toegepast worden.

Voor wat betreft de boete heeft de bv wel geluk. De rechter gelooft namelijk dat men niet in de gaten had dat de woonwerkkilometers voor de btw als privékilometers tellen, dit in tegenstelling tot de inkomstenbelasting (en ook de loonheffing) waarbij de woonwerkkilometers als zakelijk worden aangemerkt. Omdat het grootste aandeel niet-zakelijke kilometers uit woonwerkkilometers bestaat, zou er volgens de, verkeerd gebleken, opvatting van de bv geen btw-correctie nodig zijn geweest. Als schrale troost hoeft de bv de boete dus niet te betalen.

TIP: Woonwerkverkeer voor btw privé

Let op het verschil bij de behandeling van woonwerkkilometers! Voor de inkomstenbelasting en loonheffing mag u deze aanmerken als zakelijke kilometers, maar voor de omzetbelasting zijn deze toch echt privé!


Rb. Den Haag 29-01-2009, nr. AWB 07/4876 OB