Een alleenstaande directeur krijgt soms twee auto's bijgeteld, daar kwam deze, in dit geval Nederlandse, directeur achter. Zijn werkgever, zijn eigen bv, stelde hem maar liefst twee dure personenauto's ter beschikking. Voor elke ter beschikking gestelde auto volgt een bijtelling, tenzij blijkt dat het privégebruik niet boven de 500 kilometergrens uitkomt. Nu pakt deze regel erg onvoordelig uit voor autodealers of ondernemers die auto's tot hun handelsvoorraad rekenen. Om te voorkomen dat bij deze personen tientallen auto's worden bijgeteld, heeft de staatssecretaris enige jaren geleden een vuistregel ingesteld: bij een gezin worden maximaal twee auto's bijgeteld. Bij een alleenstaande ondernemer blijft dit beperkt tot één auto. De inspecteur heeft in beide gevallen de bewijslast voor het bijtellen van meer auto's, de belanghebbende heeft de bewijslast voor het bijtellen van minder auto's. Dit gunstige beleid staat in het besluit Vragen en antwoorden privégebruik auto uit 2002.
Deze directeur wil ook gebruik maken van deze regeling en stelt dat bij hem als alleenstaande ook maar één auto mag worden bijgeteld. Bij de rechter krijgt hij ook in hoger beroep geen gelijk. In het desbetreffende besluit staat namelijk duidelijk aangegeven dat deze begunstigende regel slechts voor een select gezelschap geldt: het moet gaan om een ondernemer en zijn gezin, dga en zijn gezin, of een werknemer die een personen- of bestelauto die in een onderneming aanwezig is als handelsvoorraad of als bedrijfsmiddel (inclusief lease of huur) ook privé gebruikt. Lees echter ook Twee auto's, toch éénmaal bijtelling?
Hof Den Haag 07-07-2009, nr. 08/00103
MvF 30-01-2002, nr. DGB2001/1744
naar boven