BPM over Nederlandse inkoopwaarde

Een Nederlandse autohandelaar koopt een tweedehands Volkswagen, type Phaeton 6.0 W12, bij een Duitse autohandelaar. Zij betaalt hiervoor € 26.000. Deze auto kan zij verkopen aan een Nederlandse particulier voor € 37.500. Omdat de auto in Nederland niet nieuw te koop is, is er geen Nederlandse catalogus- of inkoopprijs bekend. De inspecteur schakelt daarom waarschijnlijk een taxateur in. Deze taxeert de auto op een waarde van € 43.500.

Over welk bedrag moet de autohandelaar BPM betalen? De inspecteur gaat bij zijn BPM berekening uit van € 43.500. De autohandelaar stelt zich op het standpunt dat de BPM berekend moet worden over de inkoopprijs, dus over € 26.000.

De rechtbank denkt het praktisch op te lossen en sluit aan bij de prijs die de particulier voor de bolide betaald heeft: € 37.500. In cassatie hamert de HR nogmaals op de heersende opvattingen: voor de berekening van de BPM op een tweedehands auto moet je uitgaan van de Nederlandse inkoopprijs. Dus niet van de verkoopprijs en ook niet van de Duitse inkoopprijs. Omdat de Nederlandse inkoopprijs niet bekend is, mag in dit geval een andere rechter nog eens naar deze zaak kijken. Het principe is echter duidelijk.


HR 13-11-2009, nr. 08/03397