Krijgt u een parkeerbon en lag er volgens u wel een geldig parkeerkaartje op uw dashboard? Dan moet u dat bewijzen. De controleur kan rustig achterover leunen. Soms maakt de rechter het u iets makkelijker, maar niet in het volgende geval. In deze zaak is het parkeerkaartje verlopen op het moment dat de controleur de auto ziet. Het parkeerkaartje is geldig tot 18.11 uur, de controleur komt langs om 18.24 uur. Een parkeerbon volgt. Volgens de automobilist lag er naast het verlopen kaartje nog een ander kaartje. Dat andere kaartje was geldig tot de volgende ochtend en heeft de automobilist kunnen overnemen van een collega. De automobilist heeft de bewijslast dat dat andere kaartje er lag. Hij kan de rechter het kaartje tonen, dus de controleur is weer aan zet. Die komt met een aantekening op de proppen: 'KNG Kaartje niet geldig'; 'tot 18.11'. Dit vindt de rechter in hoger beroep voldoende bewijs, de automobilist moet de bon dus alsnog betalen. De rechter merkt nog op dat een van een collega overgenomen kaartje sowieso niet kan helpen. Die 'aanslag parkeerbelasting' is namelijk niet door de automobilist voldaan, maar door een ander.
Of u helemaal niets kunt met een van een ander overgenomen kaartje is de vraag. Betaalt u die ander een - in verhouding met de parkeertijd - redelijk bedrag voor het kaartje en legt u dit kaartje tijdig achter uw eigen ruit, dan willen wij hier nog wel over discussiëren. In dit geval heeft echter meegespeeld dat de automobilist ook heeft gesteld dat de controleur pas na 10 minuten wachttijd had mogen bekeuren. Ook kan de automobilist niet verklaren waarom het tweede kaartje ruimschoots voor het verlopen van het eerste kaartje is gekocht. Een en ander wekt bij de rechter de indruk dat het tweede kaartje helemaal niet op het dashboard heeft gelegen en pas veel later van de collega is overgenomen. De rechter laat dan ook doorschemeren dat hij het idee heeft dat de automobilist hem zit voor te liegen. Het voordeel van de twijfel krijgt de automobilist dan ook - terecht - niet.
naar boven